Samen werken in de wijk

Download het eindrapport hier

Wijkcoöperaties zijn bewonersinitiatieven die activiteiten ten behoeve van de leefbaarheid ontplooien die vaak innovatief of experimenteel zijn. Deze studie onderzoekt hoe de relatie tussen wijkcoöperaties en de gemeente versterkt kan worden waardoor zij op een productieve en duurzame manier bijdragen aan de aanpak van maatschappelijke uitdagingen in Rotterdam. Deze relatie blijkt complex, onwennig en vaak moeizaam. De onderzoekers bevelen aan een gezamenlijk leer- en ontwikkeltraject te doorlopenaan, waardoor een gedeeld idee ontstaat hoe de relatie tussen beide partijen op een productieve en duurzame manier kan bijdragen aan de aanpak van maatschappelijke uitdagingen in de Rotterdamse wijken.

[thumbnail]

Rotterdamse wijkcoöperaties
In Rotterdam zijn diverse wijkcoöperaties actief. Soms opereren ze expliciet onder de vlag ‘wijkcoöperaties’ zoals de Afrikaanderwijk Coöperatie, de Delfshavencoöperatie en Wijkcoop010. Andere organisaties noemen zich niet zo noemen, maar hebben wel kenmerken hebben van wijkcoöperaties (bijvoorbeeld het Wijkpaleis en het Klooster Oude Noorden). In een wijkcoöperatie worden een sociale en een bedrijfsmatige manier van werken met elkaar verbonden, bijvoorbeeld door werkgelegenheid te bieden aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of door het aanjagen en verbinden van initiatieven in de wijk. Wijkcoöperaties hebben gemeen dat zij op het snijvlak van overheid, markt en wijk publieke waarde proberen te creëren, zoals leefbaarheid, werkgelegenheid en sociale cohesie. Het zijn hybride organisaties, die veel te maken hebben met de lokale overheid. Iedere wijkcoöperatie ontstaat en ontwikkelt zich op z’n eigen manier. Er is sprake van diversiteit, maar ook van onduidelijkheid: wat is een wijkcoöperatie precies?

Onwennig bestuur
Door hun hybride positie is de relatie met de gemeenten complex, onwennig en vaak moeizaam. Wat wijkcoöperaties precies zijn en wat de meerwaarde is die ze realiseren, zijn voor gemeenten belangrijke vragen die voor hen in zekere mate onduidelijk zijn. Hoe de gemeente zich het beste kan verhouden tot wijkcoöperaties staat niet vast. De lokale overheid is daarbij vaak nog niet ingericht en ingespeeld om wijkcoöperaties te faciliteren.
Daarnaast zijn wijkcoöperaties ook zelf vaak nog niet goed ingericht op samenwerking met de overheid. Hun organisatie en bedrijfsvoering zijn vaak nog volop in ontwikkeling.
Dat alles staat een duurzame relatie tussen wijkcoöperaties en gemeente in de weg.

Alles in 1 oplossing niet mogelijk
Vanwege de diversiteit, complexiteit en hybriditeit zijn er geen ‘one size fits all-solutions’ of andere eenvoudige oplossingen om met de uitdagingen in de samenwerking tussen wijkcoöperaties en de gemeente om te gaan. Maar hoe dan verder? Wijkcoöperaties en gemeente moeten van en met elkaar leren. Karré en Van Meerkerk geven op basis van een probleemanalyse een aantal gerichte aanbevelingen voor een gezamenlijk leer- en ontwikkeltraject. Na dit traject zou een gedeeld idee moeten staan van hoe de relatie tussen wijkcoöperaties en gemeente op een productieve en duurzame manier bij kan dragen aan de aanpak van diverse maatschappelijke uitdagingen in de Rotterdamse wijken.

Scroll naar boven