
Er bestaat nog veel onduidelijkheid over zelfredzaamheid en burgerkracht. Zo verwacht de overheid meer zelfredzaamheid van de burgers, maar maakt niet duidelijk op welke terreinen zij dit verwacht. Er is tevens sprake van onterecht pessimisme over de bereidheid van burgers om zich in te zetten. We vergeten vaak dat Nederland tot de Europese top behoort als het om deelname aan vrijwilligerswerk gaat. Zowel laag- als hoogopgeleiden zetten zich in. De suggestie dat aansturen op meer zelfredzaamheid de sociale ongelijkheid vergroot klopt dus niet altijd. Ironisch is dat zelfredzaamheid juist om méér overheidsbetrokkenheid vraagt. De overheid dient bij te dragen aan condities die zelfredzaamheid bevorderen zoals de aanwezigheid van voldoende faciliteiten die de wijkreputatie goed doen en waar bewoners elkaar ontmoeten. De overheid dient in dergelijk faciliteiten te investeren, maar moet wel de regie aan burgers overlaten.
Voor het contact van professionals met burgers geldt dat zij moeten doen wat werkt en niet wat gepast is, zich richten op personen die het verschil maken, verbinden en faciliteren, flexibel meedenken en soms gezonde tegenspraak bieden, maar bovenal vertrouwen hebben in de burgers.
Klik hier voor de presentatie.

